Voormalige bestuurder aansprakelijk voor loonheffingschuld
Belanghebbende was van 18 april 2002 tot en met 19 december 2006 bestuurder en enig aandeelhouder van uitzendbureau B. Op 20 december 2006 zijn de aandelen in B overgedragen aan een derde. B is op 22 augustus 2007 in staat van faillissement verklaard. De Belastingdienst heeft belanghebbende aansprakelijk gesteld met betrekking tot de aan B opgelegde naheffingsaanslagen loonbelasting en premie volksverzekeringen voor 2004, 2005 en 2006. Tevens is belanghebbende aansprakelijk gesteld voor de aan B opgelegde boete, invorderingsrente en overige kosten.
Belanghebbende heeft tegen de beschikking bezwaar gemaakt. Bij uitspraak op bezwaar heeft de Ontvanger de aansprakelijkstelling verminderd. De Rechtbank heeft de aansprakelijkstelling vervolgens verder verminderd. Belanghebbende is van mening dat hij ten onrechte aansprakelijk is gesteld voor de naheffingsaanslagen die zijn opgelegd na 20 december 2006.
Bron: Hof ’s-Gravenhage, 10 maart 2010, nr. 09/00631
Opmerking B&B:
Normaliter zou het uitzendbureau na de overname de last dragen van de naheffingsaanslagen die betrekking hebben op perioden van voor de overname. Maar omdat de vennootschap na overname is gefailleerd, biedt die voor de Belastingdienst blijkbaar te weinig verhaalsmogelijkheid. De Belastingdienst gooit het daarom maar over een andere boeg en stelt de voormalige bestuurder van de vennootschap aansprakelijk voor de naheffingsaanslagen die aan B zijn opgelegd. Ook gewezen bestuurders kunnen op grond van de bestuurdersaansprakelijkheid worden aangesproken voor onder andere loonbelastingschulden die tijdens hun bestuur zijn ontstaan. Omdat belanghebbende indertijd heeft verzuimd de betalingsonmacht aan de Belastingdienst te melden, bestaat het wettelijke vermoeden dat de belastingschuld het gevolg is van aan hem te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur zodat hij daarom aansprakelijk kan worden gesteld. Dit is slechts anders indien belanghebbende aannemelijk zou hebben gemaakt dat het niet melden van de betalingsonmacht niet aan hem valt te verwijten. Hij heeft dit volgens het Hof echter niet aannemelijk kunnen maken zodat hij de aansprakelijkstelling niet kon afwenden.
