De duurzaamheidstoets
De toets op hoofdlijnen
Duurzaamheid maakt (bewust of onbewust) deel uit van woningverbetering. Om duurzaamheid inzichtelijk te maken is de Duurzaamheidstoets 4 ontwikkeld. De Duurzaamheidstoets is opgezet als communicatiemiddel om zonder uitgebreide rekenexercities de hoofdaspecten van duurzame kwaliteitsaanpassingen in beeld te brengen. Enkel energie beschouwen is een te eng begrip. Met de duurzaamheidtoets worden verschillende criteria beoordeeld.

Energie wordt uitgesplitst naar de isolatiewaarden van dak, gevel en vloer en het type glas. Daarnaast wordt een onderscheid gemaakt naar het type ruimteverwarming, bereiding van warm tapwater en de regeling van de installatie. Om al deze criteria samen te vatten is het energielabel opgenomen. Vervolgens zijn er meer criteria opgenomen. De ventilatiewijze heeft een plek in de toets gekregen, materiaalgebruik wordt beoordeeld en ook de akoestische kwaliteit van de woning (of ruimtes) is verwerkt. De toets geeft geen cijfer of label. Hij is bedoeld om de samenhang tussen de verschillende maatregelen aan te geven, met oog voor de toekomst. In een goed geïsoleerde woning, met duurzame materialen is een temperatuurregeling met ‘open/dicht’ kranen niet de meest geëigende toepassing. Er wordt bijvoorbeeld ook duidelijk gemaakt wanneer een vorm van isolatie achterblijft bij de rest. Doel van de duurzaamheidstoets is om een evenwichtige ingreep op te stellen, ongeacht of er label C, B of A uit komt.
De variabelen van duurzaamheid
Tot nu toe is duurzaamheid nog te veel het terrein van rekenen. Vele mensen rekenen, maar nog te weinig is er bekend hoe al dat rekenwerk zich verhoudt tot het dagelijks leven. Moeten we zorgvuldig omgaan met onze gebouwen, is het A-label van elk huishoudelijk apparaat prioriteit nummer één, of is nodig meer flexibel te bouwen, zodat een gebouw zich gemakkelijk aan een veranderende vraag kan aanpassen? Eigenlijk zijn we op zoek met elkaar naar duurzaamheidcriteria, die een leidraad bij het dagelijks handelen kunnen zijn. ‘Cradle to Cradle’ is wat dat betreft te algemeen en misschien ook wel te vaag. Misschien is de slogan ‘verspillen is zinloos’ een even hanteerbaar begrip en zo oud als de mensheid bestaat.
Als we dan toch gaan rekenen is gaat het meer om de eenvoud dan om het rekenen tot ver achter de komma. Op basis van de huidige berekeningsmethoden van de effecten op het milieu zou de volgende prioriteitenlijst voor de verschillende variabelen kunnen worden samengesteld (op volgorde van de belasting van het milieu) 5:
- Consumptief elektrisch verbruik
Bovenaan de lijst staat het zorgvuldig omgaan met elektrisch verbruik van individuele consumptie. Dit aspect kan, naast minder of energiezuinigere apparaten, het beste bestreden worden door ook op woning- of buurtniveau duurzame energie op te wekken. - Instandhouding respectievelijk aanpassing van woningen
De basis wordt gelegd in goede ruimtelijke woningen, die op eenvoudige wijze aan de veranderende eisen van gebruik aangepast kunnen worden. - Het bouwen van woningen
Evenals bij slopen is de levensduur van woningen de sleutel voor de reductie van milieubelasting. In dit geval begint duurzaamheid bij een kwaliteit die de mode van de dag overleeft. De levensduur houdt verband met de uitstraling die gericht is op de lange termijn (tijdloos). - Het slopen van woningen
Het slopen hangt nauw samen met het bouwen. In principe is het één aspect, waar begin en eind bij elkaar komen. Echte aandacht verdient hier de recycling, zodat de belasting gereduceerd wordt. Dit aspect komt het dichtst bij het thema van ‘Cradle to Cradle’. Meer begrip voor demontabel bouwen is hier op zijn plaats. - Het verwarmen van de woning
Dit staat voortdurend op nummer één op de agenda. Misschien is wel de reden dat we dit aspect het gemakkelijkst kunnen reduceren tot ‘nul’.

Eenvoud als basis
Als we alleen naar de woning kijken en het consumptief elektraverbruik buiten beschouwing laten dan is de sleutel voor duurzaamheid voor wat betreft het wonen achtereenvolgens gelegen in:
- Er voor zorgen dat de levensduur van nieuwe woningen vergroot respectievelijk verlengd wordt. Dit vraagt erom dat de woning gedurende zijn leven mooi en degelijk moet zijn.
- De woning moet gedurende zijn leven nuttig blijven. Van belang is dat instandhouding en aanpassing met zo min mogelijk verlies gepaard kan gaan.
- Tot slot verbruikt een woning ten behoeve van verwarmen, ventileren en koelen energie. Zorg ervoor dat dit gebeurt met duurzame energiebronnen in combinatie met beperking van verlies. Gebruik verder de mogelijkheden om de woning te gebruiken voor opwekking van duurzame energie, zodat het overige consumptieve energiegebruik wordt gecompenseerd.
Als we deze eenvoudige regels gaan hanteren ontstaat er ook meer ruimte om de bestaande woningvoorraad duurzaam aan te pakken.
Auteurs: Martin Liebregts & Haico van Nunen - zij zijn tevens betrokken bij de cursus
